Agrimonia eupatoria of Gewone agrimonie
Agrimonia eupatoria komt in Nederland in het wild voor op bermen en dijkhellingen en heet Gewone agrimonie. De plant vormt een lage bos met frisgroene bladeren. Van juni tot september verschijnen aan behaarde stengels lange aren met kleine, goudgele bloemen die van onder naar boven groeien. Ze geven de tuin een natuurlijke, bijna wilde uitstraling. De bloemen van Gewone agrimonie trekken veel bijen en andere bestuivers aan. De plant past goed in een natuurtuin, langs een pad of aan de rand van een bloemenweide. De soort stond vroeger vaak in kruidentuinen.
De wetenschappelijke naam van deze plant is Agrimonia eupatoria. Deze naam verwijst naar de Pontische koning Mithridates VI Eupator, die bekend stond om zijn kennis van geneeskrachtige kruiden en aan wie de ontdekking van de heilzame werking van deze plant wordt toegeschreven. In de volksmond wordt de plant aangeduid met verschillende namen, zoals 'verkeerde klis' vanwege de gelijkenis met de klis, en 'zangerskruid' omdat thee van de plant traditioneel werd gebruikt door zangers om de stem te versterken. Tegenwoordig gebruiken we de plant vooral als sierplant. De plant behoort tot de familie van de rozen (Rosaceae) en wordt gekenmerkt door haar goudgele bloemen en behaarde stengels. Gewone agrimonie is wijdverspreid in Europa en wordt in diverse Europese habitats gezien, van kalkgraslanden tot dijkhellingen. Zowel wetenschappelijk als in de volksgeneeskunde wordt de plant aangeduid met verschillende namen, afhankelijk van haar kenmerken en gebruik.
Algemene beschrijving van Agrimonia eupatoria
Agrimonia eupatoria, ofwel de gewone agrimonie, is een inheemse vaste plant uit de rozenfamilie die je vooral tegenkomt op dijken en in bermen in Nederland en België. Deze plant is geschikt voor tuinen met droge, kalkrijke grond en wordt gewaardeerd om zijn natuurlijke uitstraling. De gewone agrimonie staat bekend om zijn slanke groeiwijze en bereikt een hoogte van ongeveer 40 tot 100 centimeter. De bladeren zijn geveerd en bestaan uit meerdere deelblaadjes, wat de plant een sierlijk uiterlijk geeft. Hoewel de gewone agrimonie in het wild sterk is afgenomen en op de Nederlandse Rode Lijst staat, blijft het een geliefde keuze voor tuiniers die waarde hechten aan inheemse soorten en biodiversiteit. Door zijn aanpassingsvermogen en bescheiden eisen is deze vaste plant een mooie aanvulling op natuurlijke tuinen en bloemenweides.
Bloemen en kleuren van Agrimonia eupatoria
De bloemen van de gewone agrimonie zijn een echte blikvanger in de tuin. Ze zijn klein, helder geel van kleur en staan dicht opeen in lange aren. Elke bloem heeft vijf ovale kroonblaadjes en tot wel twaalf meeldraden, wat zorgt voor een opvallende bloemkleur en een subtiele, zoete geur die aan abrikozen doet denken. De bloei vindt plaats van juni tot september, met een hoogtepunt in augustus. Na de bloei vormen zich schijnvruchten met kleine haken, waarmee de plant zich op een slimme manier verspreidt: de haken blijven gemakkelijk hangen in de vacht van dieren, zodat de zaden over grotere afstanden worden meegenomen. Zo zorgt de gewone agrimonie op natuurlijke wijze voor haar eigen verspreiding.
Standplaats Agrimonia eupatoria
Agrimonia eupatoria staat graag in de zon. Een plek met minstens een paar uur zon per dag is ideaal, waarbij de plant de voorkeur geeft aan een zonnige plek met goed doorlatende, droge en kalkrijke grond. In lichte halfschaduw doet de plant het ook nog goed, maar de bloei is dan wat minder rijk. Gewone agrimonie groeit op verschillende grondsoorten, zoals zandgrond en kleigrond, maar is vooral te vinden op droge, kalkrijke bodems, bijvoorbeeld op kalkgrasland, langs bermen en aan de randen van bossen. Je kunt de plant vaak vinden langs grote rivieren, zoals de Maas, en in laagveengebieden met kalkrijke grond. Zorg voor bescherming van de plant tegen uitdroging in de zomer en tegen extreme winterse omstandigheden. De grond moet vochtig, maar wel waterdoorlatend zijn.
Zaaien en kweken van Agrimonia eupatoria
Het zaaien van gewone agrimonie kan zowel in het voorjaar als in het najaar. De zaden hebben een stevige zaadhuid en hebben tijd nodig om te kiemen; een periode van kou en vocht helpt hierbij. De plant groeit het beste op een plek met lichte schaduw tot halfschaduw, maar kan ook goed tegen de zon. Gewone agrimonie vraagt weinig onderhoud en is daardoor ideaal voor tuinen waar niet veel werk aan besteed kan of wil worden. Eenmaal gevestigd, verspreidt de plant zichzelf door het produceren van zaad, waardoor je elk jaar weer kunt genieten van nieuwe planten zonder extra inspanning.
Agrimonia eupatoria snoeien en onderhouden
Agrimonia eupatoria is makkelijk te onderhouden. Knip uitgebloeide bloemaren na de bloei weg door deze tot aan de voet van de plant te verwijderen; zo worden oude bloemaren volledig tot aan de voet doorlopen weggehaald. Dit stimuleert een tweede bloei later in het seizoen. In het vroege voorjaar kunt u het oude, verdroogde loof tot vlak boven de grond terug knippen, of zelfs tot aan de voet van de plant voor een heel frisse start. Laat het maaisel na het snoeien gerust even liggen; dit bevordert de natuurlijke verspreiding van de plant.
Wordt een pol te groot of wat kaal in het midden? Graaf de plant dan op en steek de wortelkluit in zijn geheel uit. Deel de kluit in een aantal stukken; uit elk deel kunnen heel goed meerdere nieuwe scheuten ontstaan. Plant de beste delen opnieuw en strooi meteen wat compost of tuinmest. Zo blijft Gewone agrimonie jarenlang een gewilde plant met een natuurlijke uitstraling en een waardevolle bloei voor bijen.
Combinaties maken met Agrimonia eupatoria
De gewone agrimonie is uitstekend geschikt om te combineren met andere inheemse planten die van droge, kalkrijke grond houden. In een natuurlijke border of bloemenweide komt deze plant goed tot zijn recht, zeker in combinatie met soorten die dezelfde voorkeuren hebben. De bloemen trekken niet alleen bijen en hommels aan, maar zijn ook een belangrijke waardplant voor de rups van de aardbeivlinder. Door de gewone agrimonie in je tuin te planten, draag je bij aan de biodiversiteit en creëer je een levendige, natuurlijke omgeving. De bijnaam ‘zangerskruid’ verwijst naar het oude gebruik van agrimoniethee door zangers, die geloofden dat het hun stem zou versterken en hen zou helpen luider te gaan zingen. Met zijn unieke uitstraling en ecologische waarde is de gewone agrimonie een bijzondere toevoeging aan elke tuin met een inheems karakter.
Veelgestelde vragen over Agrimonia eupatoria:
Waar is Agrimonie goed voor: flavonoïden?
Antwoord:
Agrimonia eupatoria staat bekend om zijn geneeskrachtige eigenschap. Raadpleeg bij gebruik altijd een expert.
Waar groeit Agrimonie?
Antwoord:
Agrimonia eupatoria groeit op zonnige, matig voedselrijke, kalkhoudende bodems, vaak langs bosranden, bermen en graslanden.
De bloemen van agrimonie bevatten veel stuifmeel, wat bijdraagt aan de bestuiving door bijen, hommels en zweefvliegen. De vruchten zijn voorzien van opvallende groeven die tot aan de voet doorlopen en hebben haakjes waarmee ze zich aan dieren of kleding kunnen hechten voor verspreiding.
Wat betreft de soort staat: op de Nederlandse Rode Lijst wordt agrimonie als 'sterk afgenomen' beschouwd. Dit betekent dat de soort in aantal is teruggelopen en ecologisch gezien extra aandacht verdient.