Filipendula vulgaris of Knolspirea
Filipendula vulgaris is een sierlijke, vaste plant die in Nederland zeer zeldzaam voorkomt en wettelijk beschermd is. De plant behoort tot de familie Rosaceae (rozenfamilie) en is verwant aan de moerasspirea. Filipendula vulgaris staat ook bekend als Knolspirea. De plant vormt een lage rozet met fijn gedeeld, donkergroen en grasachtig blad en slanke bloemstelen. Onder de grond maakt Knolspirea kenmerkende, eivormige knollen waar de naam Knolspirea op is gebaseerd.
Van juni tot eind juli, verschijnen losse pluimen met bloemen die eerst roze zijn en later wit verkleuren. De plant bereikt een volwassen hoogte van 30-60 cm. De bloemen trekken veel hommels, bijen, vlinders en andere bestuivers aan, doordat ze veel nectar en pollen leveren. Knolspirea is een belangrijke waardplant voor insecten en draagt bij aan de biodiversiteit in de tuin. De plant groeit goed op droge tot licht vochtige, kalkrijke bodems en is zeer winterhard (tot -35°C). Knolspirea is goed te combineren met andere planten, zoals heesters en vaste planten en is geschikt voor open tuinen met volwassen bomen en struiken. Ze wordt vaak gebruikt in natuurlijke beplantingen vanwege haar ecologische waarde.
Algemene informatie
De Knolspirea of Filipendula vulgaris, is een bijzondere inheemse vaste plant die van nature voorkomt in Nederland en België, maar in het wild zeldzaam is geworden. Deze plant behoort tot de rozenfamilie en valt direct op door haar sierlijke, grasachtige bladeren met fijn gezaagde blaadjes. Ondergronds vormt de Knolspirea eivormige, witte knollen.
Met haar volwassen hoogte van 30 tot 60 cm en de wolkachtige, dubbele bloemen in een zachte witte kleur, is de Knolspirea een echte blikvanger in de tuin. De bloemen trekken een breed scala aan bestuivers aan, waaronder bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders, waardoor de plant een waardevolle bijdrage levert aan de biodiversiteit. Dankzij haar voorkeur voor een zonnige plek en een goed doorlatende, kalkrijke bodem, voelt de Knolspirea zich thuis in veel Nederlandse tuinen, zelfs op drogere plekken.
De Knolspirea is niet alleen geliefd vanwege haar natuurlijke uitstraling, maar ook vanwege haar robuustheid. Deze vaste plant is winterhard tot wel -35°C en vraagt weinig onderhoud, waardoor ze ideaal is voor zowel de beginnende als de ervaren tuinier. Door haar unieke combinatie van sierwaarde, ecologische functie en culinaire mogelijkheden is de Knolspirea een uitstekende keuze voor wie op zoek is naar een bijzondere, inheemse plant voor de tuin.
Standplaats Filipendula vulgaris
Knolspirea staat het liefst in de zon of halfschaduw in een vochthoudende maar waterdoorlatende, kalkhoudende plek. De plant groeit echter ook goed op droge, kalkrijke bodems. De bloei in juni en juli met roomwitte bloemen en een roze onderkant is dan het mooist. In het wild komt Knolspirea voor op drogere tot licht vochtige, kalkrijke grond, zoals in weilanden, bosranden en wegbermen. De bodem mag matig droog tot licht vochtig zijn, zolang water maar niet langdurig blijft staan. Vermeng de aanwezige aarde met aanplantgrond, druk de plant goed aan en geef water zodat de wortels snel aanzetten. In de eerste weken blijft de bodem het liefst licht vochtig, vooral bij warm weer. Daarna heeft Filipendula vulgaris weinig extra verzorging nodig.
Filipendula vulgaris snoeien en onderhouden
Na de bloei knipt u uitgebloeide bloemstelen weg om Filipendula vulgaris netjes te houden. Wie wat langer van de zaadpluimen wil genieten, laat een deel staan voor extra structuur in de border.
In het vroege voorjaar kunt u oude, verdroogde resten tot ongeveer 5-10 cm boven het hart van de plant terug knippen, de plant loopt daarna weer fris uit. Filipendula vulgaris vraagt weinig onderhoud en is eenvoudig te vermeerderen door deling. Wordt een pol na verloop van tijd minder vol, graaf deze dan in het voorjaar uit, deel hem in stukken en plant de beste delen terug.