Teucrium scorodonia of Valse salie
Teucrium scorodonia, behorend tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae), is een losse, kruidachtige vaste plant uit het geslacht Gamander (geslacht Teucrium). De wetenschappelijke naam is Teucrium scorodonia. In het Nederlands heet deze soort Valse salie. Het is een vrij algemene soort in Nederland en West-Europa, waaronder Zuid-Limburg, en komt ook voor in Midden- en Zuid-Europa.
De plant wordt doorgaans 30-60 cm hoog en vormt rechtopstaande stengels. De bladeren zijn lichtgroen, langwerpig tot eirond met een hartvormige voet, onregelmatig getand en hebben een decoratieve textuur. Ze zijn zacht behaard, gerimpeld en verspreiden een zacht aromatische geur met een vleugje knoflook wanneer ze worden aangeraakt. De naam Scorodonia komt van het Griekse woord voor knoflook ('Scorodon'), en verwijst naar de geur en de connectie met de vorsten van Troje.
De bloemen zijn tweeslachtig, lichtgeelgroen tot soms witachtig, en groeien in trossen die aan één kant van de stengel staan. Ze ontwikkelen zich in de oksels van gaafrandige schutbladen. De bloemstructuur bestaat uit een bovenlip (niet gedeeld), een opvallende onderlip, ondertanden waarvan de ondertanden omhoog krommen, en opvallende meeldraden en stempels die uitsteken. De bloeiperiode is van juli tot augustus.
Valse salie groeit op diverse biotopen: bossen, bosranden, struwelen, kapvlakten, bermen, verlaten duinakkertjes, langs bospaden, op zand, stenige plaatsen, soms kalkhoudende grond, maar meestal kalkarme, zwak zure, matig voedselarme en licht beschaduwde plaatsen. De directe omgeving staat vaak bekend om haar natuurlijke, ruige karakter.
Ecologisch is Valse salie van grote waarde als waardplant voor wilde bijen, hommels, bijen en andere insecten, en draagt bij aan de biodiversiteit. De plant heeft goede eigenschappen als bodembedekker, insectenlokker en onkruidonderdrukker in biodiverse tuinen. Door ondergrondse valse salie uitlopers (uitlopers) verspreidt de plant zich en vormt een flink aantal planten die tot dezelfde moederplant behoren – echte klonen derhalve. Valse salie heeft een decoratieve textuur door zijn unieke blad en structuur.
Standplaats valse salie (Teucrium scorodonia)
Een lichte standplaats is geschikt; zon (als de bodem voldoende vochtig is) tot lichte halfschaduw werkt goed. Valse salie groeit bij voorkeur op zand, stenige plaatsen, licht beschaduwde plaatsen, matig voedselarme, zwak zure en meestal kalkarme grond, maar kan soms ook op kalkhoudende grond voorkomen. Een plek aan de rand van struiken, op bermen, kapvlakten, verlaten duinakkertjes of langs bospaden, of op een open, niet te natte border is ideaal. In de tuin past Valse salie goed in een natuurtuin, een bosrandbeplanting of een wat losse, kruidachtige border. De directe omgeving staat van de plant is van invloed op de groei en biodiversiteit. Valse salie is een uitstekende bodembedekker en wordt in biodiverse tuinen gebruikt als onkruidonderdrukker en insectenlokker. De grond mag matig voedzaam en aan de droge kant zijn. Belangrijk is dat de bodem luchtig is en na regen weer kan opdrogen.
Valse salie (Teucrium scorodonia) snoeien en onderhouden
Na de bloei lange, slungelige stengels van Teucrium scorodonia inkorten houdt het geheel compacter en voorkomt omvallen. Teucrium scorodonia verspreidt zich via ondergrondse valse salie uitlopers, waarmee de plant zich vegetatief uitbreidt. Deze uitlopers zorgen ervoor dat uit één moederplant een flink aantal planten kan ontstaan, die genetisch identiek zijn en tot dezelfde moederplant behoren – echte klonen derhalve. Door deze groeivorm kan de soort in korte tijd een groot oppervlak innemen. Verwijder in het vroege voorjaar oude, verdroogde stengels en bladeren tot bij de grond, zodat nieuwe scheuten alle ruimte en licht krijgen. Verspreidt Valse salie zich meer dan gewenst door uitlopers, dan overtollige planten eenvoudig uitsteken en verwijderen of verplaatsen.